02/03/2010

Geen overheidsfout bij plots wijzigende rechtspraak

De rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk heeft in een recent vonnis van 16 februari 2010 geoordeeld dat een plotse wijziging in de rechtspraak omtrent de interpretatie van een rechtsregel niet automatisch tot gevolg heeft dat diegene de een inbreuk maakt op deze nieuwe interpretatie aansprakelijk kan gesteld worden.

In het geval dat aan het vonnis ten grondslag lag, had een bestuur bij een overheidsopdracht in het bestek weliswaar voorzien in de weging van elk gunningscriterium, maar niet in een exacte weging van de subgunningscriteria. Dit laatste was conform de vaste rechtspraak van de Raad van State ook niet vereist. Evenwel besliste het Hof van Justitie van Luxemburg nadien in het arrest Lianakis e.a. op 24 januari 2008 dat het transparantiebeginsel veronderstelt dat alle criteria op grond waarvan een gunning wordt overwogen kenbaar en kwantificeerbaar moeten zijn (de subgunningscriteria inbegrepen).

De rechtbank te Kortrijk boog zich over de vraag of deze wijzigende rechtspraak automatisch tot gevolg heeft dat het bestuur een fout heeft gemaakt door niet aan alle subgunningscriteria een precieze weging toe te kennen. De rechtbank oordeelt genuanceerd:

“Van een normaal en zorgvuldig OCMW kan inderdaad niet méér verwacht worden dan dat zij op het ogenblik van het uitschrijven van het bestek geldende regels en de interpretatie die hieraan op dat ogenblik in de rechtspraak en rechtsleer wordt gegeven, correct toepast. Uit het geheel van de voorliggende feiten en stukken blijkt dat het OCMW (…) zich diligent heeft gedragen bij het kwantificeren van de gunningscriteria en het toekennen van de opdracht aan (…). Naar het oordeel van de Rechtbank heeft het OCMW (…) om voornoemde reden geen fout begaan door na de indienen van de offertes een bepaald gewicht aan voorheen niet-gekwantificeerde onderdelen toe te kennen.”

De vordering van de eiser werd dan ook als ongegrond verworpen.

Referentie: Rb. Kortrijk, 16 februari 2010, onuitgeg. (PUB501793)
19/02/2010

Ontwikkelingsmogelijkheden kantoormarkt buiten driehoek Brussel-Gent-Antwerpen bedreigd?

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is in herziening. Het openbaar onderzoek loopt nog tot 11 mei 2010.

Merkwaardig is volgende passage in het richtinggevend gedeelte:

"De klemtoon voor het aanbodbeleid voor kantoren ligt in de stedelijke gebieden, Antwerpen,Gent, Vlaams strategisch gebied rond Brussel, Leuven en Mechelen, de zogenaamde kantorendriehoek".

Indien de ontwikkelingsmogelijkheden van de tertaire sector buiten de zgn. kantorendriehoek daardoor in het gedrang komen - en dit lijkt op het eerste zicht het geval - dan is er voor o.a. projectontwikkelaars, gemeenten en streekontwikklingsintercommunalesalle alle reden om een bezwaar in te dienen!

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
18/02/2010

Prejudiciële vragen aan het Grondwettlijk Hof moeten tijdig voorgesteld worden

De Raad van State weigert prejudiciële vragen te stellen die voor het eerst in een laatste memorie worden voorgesteld.

Dergelijke vragen moeten om proceseconomische redenen en omwille van de vereiste van de wapengelijkheid, in limine litis, of minstens in het eerste procedurestuk waarin dit nuttig kan gebeuren (voor verzoekende partij is dit de memorie van wederantwoord) worden voorgesteld.

Referentie: RvS nr. 200.500, 4 februari 2010 (D7827-1)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Raad van State
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
14/02/2010

Gemeente-inwoners kunnen namens hun gemeente ook optreden voor het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk hof aanvaardt, minstens in het kader van een schorsingsporcedure, dat gemeente-inwoners namens hun gemeente optreden ter vernietiging van een decreet. Dit substitutierecht wordt in Vlaanderen geregeld door artikel 194 van het Gemeentedecreet.

Dat deze substitutieregeling niet enkel voordelen biedt ondervonden de verzoekers toen het Grondwettelijk Hof zich uitsprak over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel:

"B.14. Ten aanzien van het eventuele nadeel geleden door de stad Charleroi in het kader van de vordering tot staking inzake leefmilieu, namens haar ingesteld door zes inwoners van de stad, tonen de verzoekers niet aan hoe de werken voor de metro of de eventuele gevolgen van het bestreden decreet voor de jurisdictionele procedure voor het Hof van Beroep te Bergen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zouden kunnen berokkenen aan de stad en aan de belangen van de gemeenschap.

B.15. Ten aanzien van het persoonlijk nadeel dat de zes inwoners van de stad Charleroi die individueel handelen, zouden lijden, zijn die verzoekers, in die zin, geen partij bij de vordering tot staking die hangende is voor het Hof van Beroep te Bergen, die zij namens de stad hebben ingesteld, zodat zij de interferentie van het bestreden decreet met die procedure niet kunnen aanvoeren".


Referentie : Grondwettelijk Hof, nr.126/09, 16 juli 2009 (http://www.grondwettelijkhof.be/public/n/2009/2009-126n.pdf)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Milieustaking
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags