18/02/2010

Prejudiciële vragen aan het Grondwettlijk Hof moeten tijdig voorgesteld worden

De Raad van State weigert prejudiciële vragen te stellen die voor het eerst in een laatste memorie worden voorgesteld.

Dergelijke vragen moeten om proceseconomische redenen en omwille van de vereiste van de wapengelijkheid, in limine litis, of minstens in het eerste procedurestuk waarin dit nuttig kan gebeuren (voor verzoekende partij is dit de memorie van wederantwoord) worden voorgesteld.

Referentie: RvS nr. 200.500, 4 februari 2010 (D7827-1)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Raad van State
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
14/02/2010

Gemeente-inwoners kunnen namens hun gemeente ook optreden voor het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk hof aanvaardt, minstens in het kader van een schorsingsporcedure, dat gemeente-inwoners namens hun gemeente optreden ter vernietiging van een decreet. Dit substitutierecht wordt in Vlaanderen geregeld door artikel 194 van het Gemeentedecreet.

Dat deze substitutieregeling niet enkel voordelen biedt ondervonden de verzoekers toen het Grondwettelijk Hof zich uitsprak over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel:

"B.14. Ten aanzien van het eventuele nadeel geleden door de stad Charleroi in het kader van de vordering tot staking inzake leefmilieu, namens haar ingesteld door zes inwoners van de stad, tonen de verzoekers niet aan hoe de werken voor de metro of de eventuele gevolgen van het bestreden decreet voor de jurisdictionele procedure voor het Hof van Beroep te Bergen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zouden kunnen berokkenen aan de stad en aan de belangen van de gemeenschap.

B.15. Ten aanzien van het persoonlijk nadeel dat de zes inwoners van de stad Charleroi die individueel handelen, zouden lijden, zijn die verzoekers, in die zin, geen partij bij de vordering tot staking die hangende is voor het Hof van Beroep te Bergen, die zij namens de stad hebben ingesteld, zodat zij de interferentie van het bestreden decreet met die procedure niet kunnen aanvoeren".


Referentie : Grondwettelijk Hof, nr.126/09, 16 juli 2009 (http://www.grondwettelijkhof.be/public/n/2009/2009-126n.pdf)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Milieustaking
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
10/02/2010

Geen milieustakingsprocedure bij lopende procedure Raad van State

In deze zaak werd een schorsings- en vernietigingsberoep ingediend door klagers tegen een (regulariserende) stedenbouwkundige vergunning, afgeleverd door een gemeente. Nadat de auditeur besloot dat de ingeroepen middelen tegen de stedenbouwkundige vergunning kennelijk gegrond waren, werd door de klagers, na ingebrekestelling van de betrokken gemeente, een mileustakingsprocedure ingeleid. Heel concreet betekent dit dat de klagers, namens de gemeente, zich beroepen op de onwettigheid van de stedenbouwkundige vergunning... van de gemeente teneinde de staking (stillegging) van de bouwwerken te bekomen.

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen stelt:

"De uiteindelijk door de gemeente toegestane regularisatie werd door eisers aangevochten voor de Raad van State waarbij de toegekende bouwvergunning mogelijk kan nietig verklaard worden.
De rechtbank is evenwel van oordeel dat van de gemeente niet kan verwacht worden dat deze reeds een milieustakingsvordering voor de kortgedingrechter zou indienen, alvorens het resultaat af te wachten van de procedure voor de Raad van State aangaande de door haar zelf verleende bouwvergunning.
Op heden kan er dan ook nog niet gesproken worden van enig stilzitten of ingebreke blijven van de gemeente".


Eén van de voorwaarden om een milieustakingsvordering in te stellen namens de gemeente is precies het ingebreke blijven van de gemeente. De vordering werd als onontvankelijk verworpen.

Referentie: Vz. Mechelen 19 november 2009, ng. (PUB502056)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Milieustaking
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
10/02/2010

Respect van contractuele engagementen door gemeente primeert op algemeen belang

Het Hof van Cassatie heeft zich moeten uitspreken over een arrest waarbij het hof van beroep te Gent een stad verplichtte tot respect van een contractuele taak die zij had aangegaan inzake de verkeersbereikbaarheid van een bedrijf (onder de vorm van een contractuele erfdienstbaarheid). Daardoor moest het verkeerscirculatieplan gewijzigd worden.

In het belangwekkend arrest van 29 oktober 2009 bevestigt het Hof van Cassatie dat de rechter vermag het respect van een contractuele erfdienstbaarheid in natura aan een overheid op te leggen. Het heet dat de rechterlijke macht bevoegd is om een door het lokale bestuur bij de uitoefening van zijn discretionaire begaan om een rechtmatige aantasting van een subjectief (contractueel) recht zowel te voorkomen als te vergoeden. Zij vermag daarbij aan het bestuur zijn beleidsvrijheid niet te ontnemen en zich al evenmin in de plaats te stellen van het bestuur. De rechter mengt zich, aldus het Hof van Cassatie, niet in de uitoefening van de bij wet aan de overheid voorbehouden machten, wanneer hij, om de benadeelde partij in haar rechten te hersellen, aan de overheid een maatregel oplegt om een einde te maken aan de schadelijke aantasting van de rechten van de benadeelde partij.

Referentie: Hof van Cassatie, 29 oktober 2009, nr. C.08.0390N (PUB 500691)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Overheidscontracten
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
10/02/2010

Aansprakelijkheid van de gemeente bij het verlenen van een onwettige stedenbouwkundige vergunning

Het hof van beroep te Gent heeft op 19 juni 2009 een interessant arrest geveld inzake een aansprakelijkheidsvordering van een klager tegen een gemeente wegens het (herhaaldelijk) verlenen van een vervolgens door de Raad van State vernietigde stedenbouwkundige vergunning.
Hierdoor kon een groot gebouw opgericht worden dat het mooie uitzicht van de klager teniet deed en dat hem bovendien geluidshinder opleverde door de activiteiten in de (thans onvergunde) nieuwbouw.

Zie hier een aantal belangrijk leringen uit het arrest van het hof van beroep te Gent:

Het hof van beroep verwerpt het verweer als zou het college van burgemeester en schepenen in medebewind optreden

Dit medebewind zou dan met zich meebrengen dat niet de gemeente, maar wel het Vlaamse Gewest schadeaansprakelijk zou zijn.

Het hof oordeelt:

“Het college van burgemeester en schepenen is een orgaan van de gemeente en de omstandigheid dat aan dit orgaan in het raam van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening de bevoegdheid is toegekend om een stedenbouwkundige vergunning te verlenen, brengt niet mee dat het bij de uitoefening van die bevoegdheid geacht moet worden te handelen als orgaan van een andere overheid en ophoudt orgaan van de gemeente te zijn. Inzake ruimtelijke ordening hebben de lokale besturen een zekere beleidsbevoegdheid behouden waarbij de gemeentelijke autonomie een rol blijft spelen.

In die zin blijft het college van burgemeester en schepenen, als overheid die uitspraak doet over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, orgaan van de gemeente en handelt zij daarbij als orgaan van actief bestuur.Aldus brengt een fout ex artikel 1382 B.W. bij het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning wel degelijk de aansprakelijkheid van de gemeente in het gedrang”.


Niet alleen de gemeente, maar ook de bouwheer begaat, aldus het hof van beroep, een fout

In hoofde van de bouwheer dient het bouwen van het gebouw, gelet op de nietigverklaring van de verleende stedenbouwkundige vergunning, immers als het bouwen zonder vereiste voorafgaandelijke vergunning te worden beschouwd, terwijl de bouwheer zich eveneens schuldig maakt aan het instandhouden van de aldus wederrechtelijke opgerichte contructies.

De gemeente heeft een fout begaan door een stedenbouwkundige vergunning af te leveren die vernietigd werd door de Raad van State

Het hof is zeer duidelijk:

“Waar een vernietigingsarrest van de Raad van State wat betreft haar motieven “absoluut” gezag van gewijsde heeft en erga omnes duidelijk maakt dat er onwettigheid is begaan, is bij een aansprakelijkheidsvordering voor de gewone rechtbank, de eiser alsdan ontslagen van verder bewijs van deze onwettigheid en kan hij volstaan te verwijzen naar de vaststelling door de Raad van State van de onwettigheid”.

Het herstel in de vorige toestand na een vernietigingsarrest van de Raad van State is geen evidentie

Het hof van beroep te Gent verwerpt de herstelvordering (afbraakvordering) van de klager op grond van hierna volgende motivering:

“De derde-benadeelde van een bouwmisdrijf heeft principieel het recht om bij wijze van rechtstreeks herstel het herstel in de vorige toestand (of eventueel aanpassingswerken) te vorderen wanneer zulks mogelijk is en geen rechtsmisbruik oplevert.

De gemeenrechtelijke regeling van artikel 1382 e.v. B.W. dat een (gevorderd) herstel in natura in principe voorrang dient te krijgen op een herstel middels equivalent geldt ook voor een burgerlijke vordering van een derde-benadeelde wegens een bouwmisdrijf.

Dit recht van de derde-benadeelde van een bouwmisdrijf op herstel in natura vindt zoals gesteld evenwel een begrenzing in het verbod van rechtsmisbruik.

Er is sprake van rechtsmisbruik wanneer het recht wordt uigeoefend op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dit recht, hetgeen o.m. het geval kan zijn bij het uitoefenen van een recht waardoor een schade wordt veroorzaakt in hoofde van de overtreder die buiten alle verhouding staat met aldus bekomen voordeel.

Dit laatste is een toepassing van het evenredigheidsbeginsel of proportionaliteitsbeginsel dat ook toepassing vindt indien de publiekrechtelijke herstelvordering door de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur of door het college van burgemeester en schepenen wordt uitgeoefend hetzij voor de strafrechter hetzij voor de burgerlijke rechter”.


Het hof gaat vervolgens over tot een vergelijking van de actuele toestand ingevolge de onvergunde constructies en de mogelijke schade die zulks kan opleveren voor de klager enerzijds en de gevolgen die het gevorderde herstel in de oorspronkelijke toestand voor de bouwheer met zich zou meebrengen anderzijds.
Het hof oordeelde in casu dat de uitoefening van het recht tot herstel in natura “buiten alle verhouding staat met het voordeel dat de [klager] aldus zou bekomen”. Het herstel in de vorige toestand maakt in dergelijke omstandigheden rechtsmisbruik uit, temeer omdat geen strafvordering gekend is.

Vervolgens stelt het hof een deskundige aan om advies te verstrekken over de schadevergoeding.

Referentie : Gent, 9de kamer, 2008/AR/2858 - 2008/AR/2895

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags