02/04/2010

De toets aan een BPA volstaat als beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De Raad van State overweegt:

"Wanneer voor een gebied waarin het betrokken perceel is gelegen, zoals in casu, een BPA bestaat, is de vergunningverlenede overheid gebonden door de verordenende voorschriften van dat plan. Het BPA bepaalt op gedetailleerde wijze de bestemming en ordening van het gebied, alsook de wijze waarop de plaats moet worden aangelegd en de gebouwen geplaatst. Hieruit volgt dat de bouwaanvraag die in overeenstemming blijkt te zijn met het geldende BPA, in beginsel kan worden ingewilligd. De beoordeling van de overeenstemming met het gemelde BPA volstaat in beginsel om de verenigbaarheid met de onmiddellijke omgeving en met de goede plaatselijke ordening en de afgifte van de vergunning te verantwoorden."

Referentie: RvS nr. 202.242, 23 maart 2010 (PUB 500529-3)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
21/03/2010

Nieuwe omzendbrief vervreemding onroerende goederen door lokale besturen

Op 17 maart 2010 verscheen in het Belgisch Staatsblad de belangrijke omzendbrief BB 2010/02 van minister Bourgeois "Vervreemding van onroerende goederen door de provincies, gemeenten, O.C.M.W.'s en besturen van de erkende erediensten. - Procedure"

De omzendbrief is gericht aan:
-de provincieraden
-de deputaties
-de gemeenteraden
-de colleges van burgemeester en schepenen
-de O.C.M.W.-raden
-de besturen van de erkende erediensten

De omzendbrief wijst de provincies en de lokale besturen (gemeenten, O.C.M.W.'s en kerkbesturen) op de procedure die ze moeten volgen als ze een gedeelte van hun onroerend patrimonium willen vervreemden (verkopen, ruilen enzovoort) en maakt duidelijk welke stukken ze moeten opnemen in het dossier dat ze aan de toezichthoudende overheid voorleggen.

Principe
Allereerst wijst de minister erop dat bij elke onroerende vervreemding de openbare verkoop de algemene regel moet zijn en de onderhandse verkoop een uitzondering moet blijven. De hele bevolking moet immers de gelegenheid krijgen om een bod te doen. Daarnaast is de openbare verkoop ook de beste garantie voor het verkrijgen van een goede prijs en is dat de werkwijze die het best het algemeen belang dient, temeer omdat de individuele begunstiging bij een dergelijke procedure weinig kansen krijgt.
Alleen als het bestuur voldoende kan aantonen, door middel van een bijzondere motivering, dat de onderhandse procedure gerechtvaardigd is om redenen van algemeen belang, zal de onderhandse verkoop aanvaard worden.

Voldoende publiciteit
Het vervreemdend bestuur is ertoe gehouden om de bevolking in te lichten over de voorgenomen transactie. Om dat doel te bereiken, moet het voldoende en gepaste publiciteit voeren. Publiciteit maken heeft immers tot doel zo veel mogelijk kandidaat-kopers aan te trekken. Om dat te bereiken, zal het bestuur dan ook voldoende publiciteit moeten voeren in de eigen gemeente en in de omliggende gemeenten, zeker als het goed in een andere gemeente gelegen is.

Schattingsverslag
Ingeval het bestuurlijk toezicht wordt uitgeoefend op de besluiten met betrekking tot de vervreemding van onroerende goederen, leggen de besturen aan de toezichthoudende overheid alle documenten voor die haar in staat te stellen haar taak op een gedegen wijze uit te voeren. Zo leggen de besturen een metingsplan voor, uittreksels uit de kadastrale leggers en plans, in voorkomend geval het ontwerp van akte, het bewijs dat de nodige publiciteit werd gevoerd en in elk geval een recent schattingsverslag.
Een schattingsverslag is recent als het niet ouder is dan twee jaar. Het schattingsverslag kan, zoals momenteel gebruikelijk is, opgemaakt zijn door de ontvanger van de registratie of het aankoopcomité.

Om de achterstand die tegenwoordig wordt vastgesteld bij de opmaak van schattingsverslagen op te vangen krijgen de besturen nu ook de toestemming om een schattingsverslag te laten opmaken door een landmeter-expert die erkend is door de Federale Raad van Landmeters-experts. Het bestuur wijst die erkende landmeter-expert aan als schatter met toepassing van de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten (dienstenopdracht).Lees verder op onze blog Lokale Besturen.
16/03/2010

Wordt de schorsingsprocedure in stedenbouwzaken uitzonderlijk door de bliksemsnelle vernietigingsprocedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen?

De Raad voor Vergunningsbetwistingen is het nieuwe rechtscollege dat sedert de inwerkingtreding van de Vlaamse Codex rumtelijke Ordening uitspraak doet over de schorsings- en vernietigingsberoepen tegen stedenbouwkundige vergunningen. Aldus komt de Raad voor Vergunningsbetwistingen in de plaats van de Raad van State, die enkel nog maar administratieve cassatierechter in stedenbouwzaken is.

Tijdens de openbare zitting van 16 maart ll. liet Hilde Lievens, een van de kamervoorzitters, publiekelijk weten dat de nieuwe vernietigingsprocedures minder dan 6 maanden in beslag zouden nemen. Daardoor zou een schorsingsverzoek nog slechts in uitzonderlijke omstandigheden ingewilligd worden. De kamervoorzitter voegde eraan toe dat aan de bouwheer-tussenkomende partij wordt gevraagd om schriftelijk te bevestigen dat de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning wordt uitgesteld lopende de vernietigingsprocedure. Met (schriftelijk) akkoord van de verzoekende partij wordt dan de schorsingsprocedure “on hold” gezet, zodat de Raad in feite enkel uitspraak moet doen over de bodemprocedure.

Als men weet dat de vernietigingsprocedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen sneller verloopt dan de schorsingsprocedure voor de Raad van State, en veelal door de bouwheer werd gewacht om aanvang te nemen met de bouwwerken tot de uitspraak over de schorsingsprocedure, mag men ervan uitgaan dat er een praktijk zal ontstaan dat de bouwheer de vernietigingsprocedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen zal afwachten.

Dit lijkt een zeer praktische oplossing te zijn, maar er mag niet vergeten worden dat de bouwheer tweemaal wordt gevraagd om te wachten, een eerste maal – en dit is nieuw – indien een derde beroep aantekent bij de deputatie tegen de stedenbouwkundige vergunning in eerste aanleg en een tweede maal indien diezelfde derde beroep aantekent bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Komt daarbij dat na de uitspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen nog een cassatieberoep bij de Raad van State mogelijk is… Misbruiken (door derden) zijn niet ondenkbaar!

Het ziet er niettemin naar uit dat de schorsingsprocedure voor de Raad voor Vergunningenbetwistingen eerder uitzondering dan regel zal worden. Dit zal maar anders zijn indien er geen tussenkomende partij is. Of indien tussenkomende partij en verzoekende partij het niet eens worden tot “schorsing” van de schorsingsprocedure. Uiteraard zal deze strategie onder druk worden gesteld indien blijkt dat vernietigingsprocedures voor de Raad voor Vergunningenbetwistingen uiteindelijk toch langer uitlopen dan aangekondigd.

Nog dit. In de procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen is geen procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid voorzien. De meest efficiënte oplossing zal wellicht bestaan in het uitnodigen van de voorzitter van de Raad voor Vergunningsbetwistingen om bij wege van voorlopige voorziening tot schorsing van de bestreden vergunningsbeslissing over te gaan (artikel 4..13 VCRO), en dit in afwachting van de schorsingsprocedure (of de vernietigingsprocedure).

Nieuwe rechtscolleges, nieuwe gewoonten.

Post scriptum 22/8/2010: De bliksemsnelle procedures voor de RvV blijken in werkelijkheid helemaal niet zo bliksemsnel te zijn ... (zie bericht van heden).


Referentie : PUB501427-5

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Raad voor Vergunningsbetwistingen, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
04/03/2010

Gezondheid moet mee afgewogen worden bij de beoordeling van een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag voor een gsm-mast

De rechtbank van eerste aanleg te Gent herinnert eraan dat de vergunningverlenende overheid op grond van artikel 4 van het Decreet Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999 (thans artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijk Ordening) gehouden is om de gezondheids- en milieurisico's van een gsm-mast mee in overweging te nemen bij zijn beslissingsproces, zo niet wordt de (formele) motiveringsplicht geschonden.

Deze verplichting is niet minder geworden door het nieuwe artikel 4.3.1, § 2 van de Vlaamse Codex waarin expliciet wordt gesteld dat bij de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening o.a. rekening moet worden gehouden met de gezondheid en de hinderaspecten.

Referentie: Rb. Gent 18 mei 2009, NjW 2010, 69

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags