03/11/2015

Omzendbrief Grootschalige Detailhandel heeft geen verordenend karakter

Zo besliste de Raad van State in het arrest nr. 230.454 van 10 maart 2015.

Verzoekende partij wierp op dat de motivering van een ruimtelijk uitvoeringsplan strijdt met de de omzendbrief RO2011/01 van 9 december 2011 ‘Afwegingskader voor grootschalige detailhandel’.  De Raad van State antwoordde:

'Het betoog van de verzoekende partij dat de voormelde motivering strijdt met de omzendbrief, kan niet tot vernietiging leiden, nu de omzendbrief niet verordenend van aard is. Het betoog van de verzoekende partij dat zij deze tegenstrijdigheid in haar bezwaar heeft aangevoerd, zonder dat de
Procoro daarop heeft geantwoord, vitieert het bestreden PRUP evenmin'. 

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Handelsvestigingen
Tags Afwegingskader detailhandel, Dirk Van Heuven, Handelsvestigingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
27/06/2015

Nieuwe voorzitter + aanpassing huishoudelijk reglement Interministerieel Comité voor de Distributie

De Vlaamse regering besliste op 26 juni 2015:

'Wim Adriaens vervangt Steven van Muylder als voorzitter van het Interministerieel Comité voor de Distributie (ICD). Bruno Lambrecht vervangt Tom De Saegher als plaatsvervanger en Steven Van Muylder vervangt Roel Bruyninckx. Het huishoudelijk reglement van het ICD bevat op dit moment nog adresgegevens voor de zetel en de zittingen van het federale ICD. Deze adressen moeten worden aangepast aan de Vlaamse werking van het ICD sinds de regionalisering van de wetgeving over handelsvestigingen. Nu het een regionale bevoegdheid is, is de officiële taal tijdens de zitting de Nederlanse taal. Daarnaast wordt bij beslissingen de wie-zwijgt-stemt-in-regel ingevoerd: wie niet reageert binnen de 48 uur na een genomen en rondgestuurde beslissing, gaat akkoord met de beslissing. Het huishoudelijk reglement wordt in die zin aangepast'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Handelsvestigingen
Tags Dirk Van Heuven, Handelsvestigingen, ICD
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
10/06/2015

Planologische toets bij handelsvestigingen. Een communautaire twistappel?

Eerder hebben we bericht over de arresten nr. 207.259 van 9 september 2010,  nr. 211.892 van 10 maart 2011 en nr. 230.271 van 24 februari 2015 van de Xe Nederlandstalige .kamer van de Raad van State waarin in sterke bewoordingen wordt gesteld dat een planologische toets moet gebeuren bij de beoordeling van de aanvraag om een sociaal-economische vergunning.

Schijnbaar werd in het arrest nr.  222.808 van 11 maart 2013 door de XIIIe Franstalige kamer anders geoordeeld:

'Considérant, sur les deux branches du moyen, que l'acte attaqué a été pris par le CID saisi d'un recours en réformation réglé à l'article 11 de la loi du 13 août 2004 précitée; que le fait que le CID adopte une position différente de celle que d'autres autorités ont prise lors de l'examen de la demande d'autorisation socio-économique de la partie requérante ou d'autres demandes, ne constitue pas un revirement ou une attitude incohérente de la partie adverse;

Considérant, en ce qui concerne le rapport de la décision entreprise aux plans d'aménagement du territoire, que la loi du 29 juin 1975 relative aux implantations commerciales imposait que la délivrance d'un permis d'urbanisme précède la délivrance d'un permis socio-économique lorsqu'un permis d'urbanisme était nécessaire; que la loi du 13 août 2004 relative à l'autorisation d'implantations commerciales a mis fin à cette exigence; qu'en outre, cette volonté de rompre le lien
entre l'autorisation d'implantations commerciales et le droit régional de l'urbanisme se traduit aussi dans l'abandon de la condition de compatibilité des permis d'implantation commerciale avec les plans d'aménagement du territoire; qu'en effet, au cours des travaux préparatoires de la loi du 13 août 2004, la Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique a précisé qu'il ne fallait "pas subordonner la recevabilité de la demande relative à un projet d'implantations commerciales à la destination urbanistique du lieu d'implantation, dès lors qu'il appartient aux organes de la région de se prononcer, du point de vue de l'urbanisme et de l'aménagement du territoire, sur la question de la compatibilité avec la destination" (Doc. Parl. Ch., 51, 1035/07, Rapport, p. 25);

Considérant néanmoins que l'article 7, § 2, de la loi du 13 août 2004 relative à l'autorisation d'implantations commerciales établit dans les termes suivants les critères qui doivent être pris en considération lors de la délivrance d'une autorisation socio-économique :"Dans l'élaboration de l'avis, la localisation spatiale de l'implantation commerciale, la protection de l'environnement urbain et la protection du consommateur, ainsi que le respect de la législation sociale et du travail doivent être pris en considération"; que ces critères sont développés aux articles 2 à 5 de l'arrêté royal du 22 février 2005 précisant les critères à prendre en considération lors de l'examen des projets
d'implantation commerciale et de la composition du dossier socio-économique, modifié par l'arrêté royal du 13 janvier 2010; que cet arrêté dispose notamment comme suit :"Art. 2. En vue de préciser le critère relatif à la localisation spatiale visé à  l'article 7, § 2, alinéa 1er, de la loi, les éléments suivants sont pris en considération : 
1° l'insertion de l'implantation commerciale dans les projets locaux de développement ou dans le cadre du modèle urbain;
 2°  l'accessibilité de la nouvelle implantation par les transports en commun et par les moyens de transports individuels.
 Art. 3. En vue de préciser le critère relatif à la protection de l'environnement urbain visé à l'article 7, § 2, alinéa 1er, de la loi, les éléments suivants sont pris en considération :
 1°  l'incidence de l'implantation en matière de mobilité durable, notamment l'utilisation de l'espace et de la sécurité routière;
 2° l'incidence de l'implantation commerciale sur le noyau urbain dans le cadre des
exigences planologiques";

Considérant qu'il s'ensuit que l'autorité compétente pour examiner la demande d'autorisation d'implantation commerciale prend en considération l'affectation planologique sans être tenue par la valeur réglementaire des plans d'aménagement comme l'est une autorité chargée d'instruire une demande de permis d'urbanisme.'

Normaal gezien moet dit twistpunt beslecht worden door de Verenigde kamers van de Raad van State.  Misschien zal het door de regionalisering van de handelsvestigingenreglementering nooit zover komen...

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Handelsvestigingen
Tags Dirk Van Heuven, Handelsvestigingen, Raad van State, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
18/05/2015

Vlaamse handelsvestigingenreglementering eindelijk op komst?

In een recente vraag om uitleg in de commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Innovatie en Wetenschapsbeleid vroeg Vlaams parlementslid Grete Remen aan minister Philippe Muyters naar de stand van de zaken met betrekking tot het ontwerp van decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid. 

Minister Muyters antwoordde wat volgt:

'Het voorontwerp van decreet is in afwerking. De laatste politieke besprekingen worden gevoerd. De tekst zal hopelijk binnenkort door de Vlaamse Regering voor de tweede principiële goedkeuring kunnen worden goedgekeurd, waarna ik die kan voorleggen aan de Raad van State. Het is trouwens een voorontwerp van decreet dat ik samen met minister Schauvliege zal indienen – als we zo ver komen. 

Ik geef u een stand van zaken, voor de rest zeg ik niets.

Vorig jaar hebben we het voorontwerp principieel opgesteld. We hebben de adviezen gevraagd. Het is natuurlijk de bedoeling om rekening te houden met die adviezen. Het waren serieuze adviezen, er is hard aan gewerkt. We hebben bekeken op welke manier we er rekening mee kunnen houden. We willen ook ingaan op de opmerkingen van de adviesraad, vandaar dat het wel wat tijd heeft gevergd om ook daar de nodige consensus bij te vinden.

Het is ook altijd onze bedoeling geweest – en dat is belangrijk – dat we afstemmen op de omgevingsvergunning. Ook daarvoor was tijd nodig. Als ik het me goed herinner, werd het decreet over de omgevingsvergunning tijdens de laatste parlementaire zitting van de vorige legislatuur goedgekeurd. We moesten bekijken hoe we de uitvoeringsbesluiten voor de omgevingsvergunning en dit dossier parallel konden doorvoeren, om er ineens de administratieve vereenvoudiging mee in te krijgen. Dat vergt wat tijd.

Mevrouw Remen, de integratie van de procedure om een vergunning te verkrijgen in de omgevingsvergunning, is voor mij een fundamentele vernieuwing en vereenvoudiging waardoor gemeenten effectief een kans hebben om een integrale afweging te maken over de toekomst van de detailhandelsprojecten.

(...)

Ook de volledige integratie, met de omgevingsvergunning, die een administratieve lastenverlaging met zich mee zou brengen, lijkt mij een mooie vooruitgang die wij voor ogen hebben.' 

Intussen wordt er gefluisterd dat het ontwerp van decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid nog in het Vlaams parlement zal behandeld worden voor het parlementair verlof...

Wordt vervolgd. 

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Handelsvestigingen
Tags Handelsvestigingen, Integraal handelsvestigingenbeleid, Leandra Decuyper, Omgevingsvergunning
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
09/05/2015

Waalse handelsvestigingenreglementering treedt in werking vanaf 1 juni 2015

Het Waalse decreet van 5 februari 2015 betreffende de handelsvestigingen treedt 1 juni a.s. in werking. Op 28 en 29 april 2015 werden immers de 2 uitvoeringsbesluiten gepubliceerd die de inwerkingtreding mogelijk maken.

In Wallonië wordt - in tegenstelling tot de Brusselse handelsvestigingenreglementering en de toekomstige Vlaamse handelsvestigingen reglementering - niet gekozen voor een integratie in een  bestaande regelgeving. In Brussel werd de handelsvestigingenreglementering immers volledig geïntegreerd in het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening.

De doelstellingen van het Waalse decreet zijn:

- het oprichten van een 'Waarnemingscentrum voor de Handel' met als opdracht het uitbrengen van verslagen, adviezen, bemerkingen, suggesties en voorstellen op vraag van de Beroepscommissie, in het kader van bepaalde vergunningsaanvragen, enz.
- vaststellen van een strategische visie door middel van plannen voor handelsontwikkeling, zowel op gewestelijk vlak als op gemeentelijk vlak
- herverdeling van de bevoegdheden met oog op het versterken van de rol van lokale overheden.
- administratieve vereenvoudiging: geïntegreerde milieu-, stedenbouwkundige en sociaal-economische vergunning, uniek loket,...

De 'vergunning voor handelsvestigingen' (artikel 1, 4° Waals Handelsvestigingendecreet) wordt afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen dan tenzij het een handelsvestigingenproject betreft dat gelegen is op het grondgebied van verschillende gemeenten of een netto handelsoppervlakte heeft boven 2.500 m² en tenzij het een uitbreidingsproject betreft van een handelsvestiging tot een oppervlakte van meer dan 2.500 m² (artikel 29, §2 Waals Handelsvestigingendecreet).

De criteria die zullen gebruikt worden bij de beoordeling van vergunningsaanvragen betreffen:

- de bescherming van de consument
- bescherming van het stedelijk milieu
- de doelstellingen inzake sociaal beleid
- de bijdrage tot een duurzamere mobiliteit

Het criterium van 'de ruimtelijke ligging van de handelsvestiging' wordt zodoende vervangen door het criterium 'de bijdrage tot een duurzamere mobiliteit'. 

Lees de integrale tekst van het decreet hier.



Gepost door Leandra Decuyper

Blog Handelsvestigingen
Tags Handelsvestigingen, Leandra Decuyper, Wallonië
Stel hier je vraag bij dit blogbericht