03/10/2017

Ontwerp uitvoeringsbesluit Integraal Handelsvestigingsbeleid gepubliceerd!

Zoals reeds gezegd in ons eerder blogbericht wijzigde de Vlaamse Regering op 22 september 2017 principeel diverse besluiten naar aanleiding van het decreet over het integraal handelsvestigingsbeleid en het decreet met diverse bepalingen rond ruimtelijke ordening, milieu en omgeving.

De tekst van het ontwerpbesluit vindt u hier

In het bijhorende verslag vindt u bijhorende uitleg dienaangaande. 

Over dit wijziginsbesluit wordt nu het advies ingewonnen van de Raad van State.

Wij houden u uiteraard op de hoogte. 

25/09/2017

Uitvoeringsbesluit Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid onderweg!

Althans zo blijkt uit de beslissingen van de Vlaamse regering van vrijdag ll.:

'De Vlaamse Regering wijzigt principieel diverse besluiten naar aanleiding van het decreet over het integraal handelsvestigingsbeleid en het decreet met diverse bepalingen rond ruimtelijke ordening, milieu en omgeving. Het wijzigingsbesluit regelt onder meer volgende elementen: uitbreiding van de procedure met de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten en voor vegetatiewijzigingen, uitwerking van de bevoegdheid van de gewestelijke omgevingsambtenaar om te beslissen in beroep, uitwerking van de figuur van de provinciale omgevingsambtenaar, verduidelijkingen wat betreft de lijst van Vlaamse projecten en de lijst van provinciale projecten, en een aantal technische aanpassingen. Over dit wijzigingsbesluit wordt nu het advies ingewonnen van de Raad van State.'

Het ziet ernaar uit dat met ingang van 1 januari 2018 de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten - die de huidige sociaal-economische vergunning zal vervangen - een feit zal zijn.

Met andere woorden... vanaf 1 januari 2018 zal de omgevingsvergunning de stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning en sociaal-economische vergunning verenigen en vervangen. Er zal één vergunningsaanvraag moeten ingediend worden, één geïntegreerde vergunningsprocedure doorlopen worden en één omgevingsvergunning afgeleverd worden. 
 

Ter verduidelijking:


Van zodra de tekst van het ontwerpbesluit gepubliceerd wordt, vindt u het uiteraard op onze blog!

22/08/2017

Advocaat-generaal bij het Hof van Justitie: detailhandel wordt wel degelijk gevat door de Dienstenrichtlijn

De retailwereld zat erop te wachten en inmiddels is de conclusie van de advocaat-generaal M. Szpunar van 18 mei 2017 in het dossier op verzoek van de Nederlandse Raad van State beschikbaar.

Lees hier het volledige advies van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal komt tot de conclusie dat:

- detailhandel/retail - in de zin van de verkoop aan consumenten van goederen, zoals schoenen en kleding - een dienst is in de zin van de Dienstenrichtlijn

- een bestemmingsplan (ruimtelijk uitvoeringsplan) geen 'vergunningsstelsel' is

- een bestemmingsplan waarin bepaalde soorten detailhandel (assortimenten) worden toegestaan of verbonden gerechtvaardigd kunnen worden mits aangetoond wordt dat daarmee op evenredige wijze de bescherming van het stedelijk milieu wordt nagestreefd.

In Nederland zijn al enkele commentaren gepubliceerd over het advies:

- https://poelmannvandenbroek.nl/nieuwsflits-advocaat-generaal-szpunar-hof-van-justitie-concludeert-vragen-raad-van-state-toepassing-dienstenrichtlijn-bij-detailhandelsbestemmingen/
- http://www.minbuza.nl/ecer/nieuws/2017/05/a-g-adviseert-verduidelijking-van-eu-dienstenrichtlijn.html
- https://europadecentraal.nl/ag-spreekt-zich-uit-de-dienstenrichtlijn/
- https://nl.linkedin.com/pulse/ag-szpunar-toetst-bestemmingsplan-aan-en-oordeelt-dat-allard-knook

Het is nu wachten op het arrest van het Hof van Justitie. Ook in Vlaanderen is men geïnteresseerd in de uitkomst.

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Handelsvestigingen, Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Handelsvestigingen, Leandra Decuyper
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
07/06/2017

Nu ook prejudiciële vraagstelling in verband met overgangsregeling met betrekking tot vervaltermijn van handelsvestigingsvergunningen

In ons eerder blogbericht berichtten we u over het beperkt vernietigingsberoep dat werd ingesteld tegen het Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid en meer in het bijzonder met betrekking tot de artikelen 52 en 59, 4° DIH.

Inmiddels werden in het kader van een vernietigingsprocedure van een handelsvestigingsvergunning voor de Raad van State bij arrest nr. 238.415 van 6 juni 2017 volgende bijkomende prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof gesteld:

  1. Schenden de artikelen 52 j° 59, 4° Handelsvestigingsdecreet de artikelen 10 en 11 Grondwet j° het rechtszekerheidsbeginsel doordat handelsvestigingsvergunningen die na 1 juli 2014 vervallen zijn alsnog herleven, terwijl handelsvestigingsvergunningen die op 1 juli 2014 reeds vervallen waren niet herleven, zelfs al wordt aan de inhoudelijke voorwaarden van artikel 52 voldaan?
  2. Schenden de artikelen 52, 1ste lid j° 59, 4° Handelsvestigingsdecreet de artikelen 10 en 11 Grondwet j° artikel 6, 1° EVRM j° het rechtszekerheidsbeginsel doordat vervallen handelsvestigingsvergunningen komen te herleven als gevolg van een vernietigingsprocedure bij de Raad van State die door derden-belanghebbenden werd ingesteld op een ogenblik dat dit vernietigingsberoep dergelijk effect niet had, a fortiori indien de houder van de handelsvestigingsvergunning geen gebruik heeft gemaakt van de verlengingsmogelijkheid van artikel 13 Handelsvestigingswet?
  3. Schenden de artikelen 52, 2de lid j° 59, 4° Handelsvestigingsdecreet de artikelen 10 en 11 Grondwet j° het rechtszekerheidsbeginsel doordat de koppeling tussen de handelsvestigingsvergunning, de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning met terugwerkende kracht wordt ingesteld op alle handelsvestigingsvergunningen die nog niet waren vervallen op 1 juli 2014 in plaats van op alle handelsvestigingsvergunningen die werden aangevraagd na 1 juli 2014?
  4. Schendt artikel 52, 2de lid Handelsvestigingsdecreet in die interpretatie dat geen rekening wordt gehouden met definitief geweigerde stedenbouwkundige vergunningen, alhoewel zij dateren van na 1 juli 2014 en na afgifte van de handelsvestigingsvergunning, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet j° artikel 6, 1° EVRM doordat de vervaltermijn van de op 1 juli 2014 niet vervallen handelsvestigingsvergunning geschorst blijft zolang geen definitieve stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning is verleend, terwijl de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning van rechtswege vervallen indien de gekoppelde vergunning definitief geweigerd wordt

Wordt vervolgd...

Aarzel alvast niet ons te contacteren mocht u hierover vragen en/of opmerkingen hebben!