14/03/2017

Gemeenten kunnen vanaf 1 mei 2017 kernwinkelgebieden & winkelarme gebieden afbakenen in ruimtelijke uitvoeringsplannen en stedenbouwkundige verordeningen

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 houdende regeling van het openbaar onderzoek over stedenbouwkundige verordeningen (zie ons eerder blogbericht) voorziet niet enkel in een regeling van het openbaar onderzoek over stedenbouwkundige verordeningen, maar laat ook artikel 10, §1 van het nieuwe Handelsvestigingsdecreet (Decreet betreffende het Integraal Handelsvestigingsbeleid) met ingang van 1 mei 2017 in werking treden. 

Artikel 10, §1 Handelsvestigingsdecreet luidt als volgt:

'Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, kunnen gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen:

1° kernwinkelgebieden en winkelarme gebieden afbakenen;

2° normen bevatten betreffende de oppervlakte van categorieën van kleinhandelsactiviteiten, vermeld in artikel 3;

3° deze normen differentiëren al naargelang het bestaande, dan wel nieuwe kleinhandelsbedrijven en handelsgehelen betreft;

4° de termijnen vanaf wanneer de omgevingsvergunningsplicht voor kleinhandelsactiviteiten geldt, vastgelegd bij artikel 11, eerste lid, 2°, verkorten tot:

a) 1,30, 60, 90, 120 of 150 dagen per jaar in geval de handelsactiviteiten verenigbaar zijn met de geldende stedenbouwkundige voorschriften;

b) 1, 30 of 60 dagen per jaar in alle andere gevallen. 

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, kunnen provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen en provinciale stedenbouwkundige verordeningen:

1° winkelarme gebieden afbakenen met een gemeentegrensoverschrijdende impact, in overleg met de betrokken gemeenten, en op vraag van minstens een betrokken gemeente;

2° normen bevatten betreffende de oppervlakte van categorieën van kleinhandelsactiviteiten, vermeld in artikel 3;

3° deze normen differentiëren al naargelang het bestaande, dan wel nieuwe kleinhandelsbedrijven en handelsgehelen betreft.

De normen, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen:

1° geen beperkingen stellen aan geldende socio-economische verguningen en geldende omgevingsvergunningen voor kleinhandelsactiviteiten;

2° geen niet aan de vergunningsplicht onderworpen uitbreidingen van bestaande en vergunde handelsvestigingen verbieden.'

De mogelijkheden van lokale besturen met gemeentelijke en provinciale gemeentelijke uitvoeringsplannen en stedenbouwkundige verordeningen worden derhalve verder uitgebreid. 

De belangrijkste vernieuwing betreft ons inziens de mogelijkheid voor steden en gemeenten om kernwinkelgebieden en winkelarme gebieden af te bakenen. 

Een kernwinkelgebied is een gebied waar via stedenbouwkundige voorschriften een stimulerend beleid inzake kleinhandel wordt gevoerd. Verwacht kan worden dat vooral de bestaande handelscentra zullen afgebakend worden. Een winkelarm gebied is een gebied waar via stedenbouwkundige voorschriften beperkingen aan de kleinhandel worden opgelegd. Verwacht kan worden dat vooral in de periferie aanzienlijke winkelarme gebieden zullen worden ingevoerd om nieuwe, ‘ongewenste’ kleinhandelsontwikkelingen te vermijden of zelfs bestaande kleinhandel uit te doven.

Wij zien beide winkelgebieden alvast als een soort 'overdruk' bovenop een door een plan van aanleg afgebakend woongebied. 

Het wordt afwachten hoe lokale besturen hiermee verder aan de slag gaan. 

Aarzel alvast niet ons te contacteren mocht u hierover vragen en/of opmerkingen hebben!

14/03/2017

Vanaf 1 mei 2017 verplicht openbaar onderzoek bij de opmaak van stedenbouwkundige verordeningen

De regeling geldt zowel voor gewestelijke, provinciale als gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen. 

De openbare onderzoeken, die 30 dagen zullen duren, zullen ten minste op 3 manieren bekend gemaakt te worden, namelijk via een bericht in het Belgisch Staatsblad, een publicatie op de gewestelijke/provinciale/gemeentelijke website en publicatie via de pers (bericht in drukvorm). 

Toch die anti-reclamesticker maar van de brievenbus halen? Wel, als het om een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening gaat dient een (pers)bericht in minstens alle brievenbussen van de gemeente verspreid te worden. Dit het bericht dient evenwel niet verspreid te worden in de brievenbussen waarop een aanduiding is aangebracht dat bewoners geen publiciteit wensen te ontvangen. 

Het bericht dat het openbaar onderzoek aankondigt, moet ten minste de dag voor de start van het openbaar onderzoek, bekendgemaakt worden.

De aankondiging van het openbaar onderzoek dient minstens het onderwerp van de ontwerpverordening, de inzageplaats, de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek en de adressen voor het opsturen van bezwaren/opmerkingen bevatten. 

De integrale tekst van het gepubliceerde besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 houdende regeling van het openbaar onderzoek vindt u hier.

22/02/2017

Geen beperkte, maar volle planologische toets vereist bij handelsvestigingen

Zo blijkt uit het arrest van de Raad van State nr. 235.808 van 20 september 2016:

‘De verwerende partij betwist terecht niet dat zij een planologische toetsing van de aanvraag diende door te voeren. Voorts wordt niet betwist dat het gevraagde in de gewestplanbestemming woongebied is gelegen.

Artikel 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 ‘betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen’ bepaalt dat handel in een woongebied enkel is toegelaten ‘voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd’, en ‘voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving’.

In de bestreden beslissing beperkt het ICD zich, wat haar beoordeling van de planologische verenigbaarheid van het project betreft, in wezen tot de eigen overweging ‘dat de site volgens het gewestplan gelegen is in woongebied’ en dat ‘de voorgestelde activiteit verenigbaar is met deze bestemming’. De bestreden beslissing reveleert geen afdoende toetsing aan de onder het vorige randnummer vermelde criteria. Integendeel blijkt het ICD er in haar beslissing, meer bepaald onder het eerste subcriterium van het eerste criterium, ten onrechte, van uit te gaan dat de kwestieuze vestiging sowieso met de planologische bestemming woongebied verenigbaar is.

Het middel is in de aangegeven mate gegrond.’

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Handelsvestigingen, Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Handelsvestigingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
14/02/2017

Binnenkort ook een verplicht openbaar onderzoek bij de opmaak van stedenbouwkundige verordeningen

Het Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid heeft in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening de verplichting ingevoerd om bij de totstandkoming of de wijziging van stedenbouwkundige verordeningen een openbaar onderzoek te organiseren.

Inmiddels keurde de Vlaamse Regering op 10 februari 2017, na advies van de Raad van State, definitief de regeling van het openbaar onderzoek over stedenbouwkundige verordeningen goed. Het bericht van de Vlaamse Regering luidde:

“Het decreet over het integraal handelsvestigingsbeleid heeft in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening de verplichting ingevoerd om bij de totstandkoming of de wijziging van stedenbouwkundige verordeningen een openbaar onderzoek te organiseren. Het openbaar onderzoek van een ontwerp van gewestelijke, provinciale of gemeentelijke stedenbouwkundige verordening duurt dertig dagen en wordt minstens aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering keurt op 10 februari 2017, na advies van de Raad van State, definitief de regeling van het openbaar onderzoek over stedenbouwkundige verordeningen goed.”

Het besluit, waarvan u de tekst hier vindt, werd vooralsnog niet gepubliceerd in het Belgisch staatsblad. 

De nieuwe regeling treedt in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Wij houden u op de hoogte. 

21/12/2016

Geen toets van een handelsvestigingsvergunningsaanvraag aan een Beleidsvisie Detailhandel mogelijk

Zo oordeelt de Raad van State in het arrest nr. 236.757 van 13 december 2016:

'Ofschoon de verwerende partij voorhoudt dat de planologische verenigbaarheid van het gevraagde, gelet op het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 22 februari 2005, enkel binnen het criterium van “de bescherming van het stedelijk milieu” en niet binnen het criterium van “de ruimtelijke ligging van de handelsvestiging” moet worden beoordeeld, heeft zij deze verenigbaarheid in de bestreden beslissing enkel onder de hoofding “[d]e inpassing van de handelsvestiging in de plaatselijke ontwikkelingsprojecten of binnen het kader van het stedenpatroon” van het laatst vermelde criterium onderzocht. Daarbij heeft de verwerende partij niet alleen het toepasselijke gewestplan en provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, maar ook de Beleidsvisie Detailhandel van de stad L. rechtstreeks bij de planologische toets betrokken, en heeft zij de aanvraag uitdrukkelijk geweigerd wegens het in de Beleidsvisie Detailhandel vooropgestelde verbod tot uitbreiding van bestaande grootschalige detailhandelszaken, als ware dit een stedenbouwkundig bestemmingsvoorschrift.

De verwerende partij wijst er in de bestreden beslissing zelf op dat de opmaak van het RUP “L-C”, dat zich naar de randvoorwaarden van de Beleidsvisie Detailhandel zal richten, eerst in januari 2015 werd aangevat. Niettegenstaande dit RUP derhalve nog geen gelding had, past zij deze beleidsvisie toe alsof het een reglementaire akte betrof. 6.4. De toepassing van de Beleidsvisie Detailhandel als een akte met reglementaire waarde in het kader van de planologische toets, houdt een motiveringsgebrek in en vitieert de bestreden beslissing'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Handelsvestigingen, Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Handelsvestigingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht