01/10/2010

Handvest voor Vlaanderen als kader voor de copernicaanse omwenteling

Naar aanleiding van zijn September-verklaring heeft minister-president Kris Peeters een Handvest voor Vlaanderen voorgesteld. Omdat het Vlaanderen geen grondwetgevende bevoegdheid heeft, wordt het voorgesteld aan het Vlaams Parlement onder de vorm van een resolutie.

Dit nieuwe handvest moet volgens de minister-president het kader vormen voor de Copernicaanse omwenteling waarbij het zwaartepunt in het federale België bij de deelstaten komt te liggen. Het zou een engagement vormen voor de regering en het parlement ten aanzien van iedereen in Vlaanderen.

Het Handvest kan op termijn ook uitgroeien tot een échte grondwet voor de deelstaat Vlaanderen. Het vormt een basisdocument met daarin de grondslagen van het Vlaams politiek verband dat de ambitie heeft de basis te vormen voor een echte Grondwet, met de daaraan verbonden juridische gevolgen, eens Vlaanderen de grondwetgevende bevoegdheid verworven heeft.

Het Handvest voor Vlaanderen is luidens de preambule "een overzicht van de belangrijkste beginselen van de organisatie en werking van de Vlaamse democratische rechtsstaat en van de grondrechten die in de Vlaamse samenleving gewaarborgd worden." Het neemt het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en de Belgische Grondwet als uitgangspunt. Vlaanderen zal de eerste deelstaat zijn die uitdrukkelijk het Europees Handvest als referentiekader erkent en opneemt in zijn beleidskader.

Meer info: jvanpraet@publius.be

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Grondwettelijk Recht
Tags Grondwettelijk recht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
24/09/2010

Grondwettelijk Hof schorst het Vlaamse decreet inzake de inspectie op Franstalige scholen in de Brusselse rand

Bij arrest (95/2010) van 29 juli 2010 heeft het Grondwettelijk Hof het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, §1, 7°, 9° en 10° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 gedeeltelijk geschorst. Dit decreet preciseert dat de bepalingen uit het Vlaamse decreet basisonderwijs van toepassing zijn op alle erkende, gefinancierde en gesubsidieerde scholen gevestigd in het Nederlandse taalgebied, met inbegrip van de acht Franstalige scholen en afdelingen die zich in de zes randgemeenten bevinden. Dit decreet heeft betrekking op de pedagogische inspectie, de eindtermen, de leerplannen en de voorschriften inzake leerlingenbegeleiding.
Het Grondwettelijk Hof besluit dat het in artikel 16bis Bijzondere Wet Hervorming der Instellingen vervatte standstill-beginsel volgens dewelke decreten, reglementen en administratieve handelingen geen afbreuk mogen doen aan de bestaande garanties van de franstaligen in de Brusselse rand, geschonden is. Behoudens instemming van de Franse en Vlaamse Gemeenschappen dienen de betrokken scholen volgens het Hof te worden geïnspecteerd door inspecteurs van de Franse Gemeenschap.Opmerkelijk is dat het Hof deze "bestaande garanties" afleidt uit artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971. Uit de parlementaire besprekingen bij dit artikel blijkt volgens het Hof dat die bepaling "duidelijk tot doel had de Franstalige scholen van de zes gemeenten het recht te verzekeren hun inspecties te laten uitvoeren door ambtenaren van het Franstalig onderwijs" (B.21.4). Volgens het Hof heeft de bevoegdheidsoverdracht inzake onderwijs in 1970 en 1988 aan de gemeenschappen hieraan geen afbreuk willen doen.
Het komt volgens het Hof principieel wel aan de Vlaamse Gemeenschap toe om de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, alsook de voorschriften inzake leerlingenbegeleiding vast te stellen, en de leerplannen goed te keuren voor het onderwijs in het Nederlandse taalgebied, met inbegrip van de Franstalige scholen gelegen in de Brusselse rand. Op grond van het beginsel van de federale loyauteit stelt het Hof evelwe ook aan deze bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap grenzen voor wat betreft de Franstalige shcolen in de randgemeenten.
Dit arrest is om diverse redenen uiterst opmerkelijk:
- Het Grondwettelijk Hof oordeelt voor het eerst dat de standstill-bepaling inzake de bestaande garanties voor de inwoners van de faciliteitengemeenten (art. 16bis BWHI) een "fundamenteel element van het institutionele evenwicht van de Belgische Staat" vormt (B.15.1). Het Grondwettelijk Hof lijkt de faciliteiten dus een eeuwigdurend karakter toe te willen kennen.
- Door de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap te erkennen voor de inspectie in Franstalige scholen gelegen in het Nederlandse taalgebied, gaat het Grondwettelijk Hof voor het eerst in tegen haar eerdere rechtspraak volgens dewelk de Vlaamse Gemeenschap exclusief bevoegd is in het Nederlandse taalgebied, zo ook in onderwijsaangelegenheden.
- Het is voor het eerst dat het Grondwettelijk Hof een decreet schorst wegens schending van de standstill-bepaling (art. 16bis BWHI) op grond waarvan geen afbreuk mag gedaan worden aan de bestaande garanties voor inwoners van de faciliteitengemeenten. Een aantasting van deze bepaling leidt automatisch tot schorsing zonder dat een moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet bewezen worden.
Het valt af te wachten of het Hof dit prima facie-oordeel in een schorsingszaak ook zal doortrekken in het vernietigingsarrest.
Een annotatie op dit arrest is in voorbereiding.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Grondwettelijk Recht
Tags Dirk Van Heuven, Grondwettelijk recht, Onderwijsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht